LUXE EN PRESTIGE - KUNST EN CULTUUR
Foto: Delvaux ©
Delvaux
De Brillant, dé iconische handtas

Oostende
Stoere Belgische passie, mosselvangst in ruig kustwater. Strandtas, handtas. Mosselmotieven als blije tranen...over België's 'plat nationale', Mosselen-faits-Maison... Delvaux.

Oostende of de ‘Koningin der Badsteden’ of evengoed ‘Badstad van Koningen’, sinds Koning Leopold I er een buitenhuis bouwde. Een koninklijk zomerverblijf dus dat ook onder zijn residenten de illustere schilder James Ensor en verschillende nationale zwemkampioenen telde, logisch met de zee als buur. Zeer ‘zee’ bovendien, gaat het in ‘Les Filles du Bord de Mer’ van Adamo, herwerkt door Arno, die trouwens ter wereld kwam bij ‘het zeetje’. Badstad Oostende, orgelpunt op het traject van de beroemde kusttram. Bezongen door Léo Ferré in zijn ‘Comme à Ostende’ waarin hij zingt over ‘moules-frites’ met bier. Mosselen, de Belgische norm is 1 kg per persoon. Vreemd genoeg voor de eerste maal geserveerd in 1875 in Luik nog wel, op de bekende ‘Foire de Liège’. Moules-frites, het ‘vleesgeworden’ fusiegerecht waarmee Belgen uit alle taalgemeenschappen zich verzoenen, maar tegelijk een chaotisch recept is van tegenstrijdigheden en ingrediënten. De regisseur Jaco Van Dormael ziet er zelfs een Belgische allegorie in: ‘Een in elkaar geflanst product, een constructief zootje, een geplande desorganisatie…’. Om de mayonaise, het blonde abdijbier of de droge witte wijn niet te vergeten…

Namen,
Namen, het bastion van ‘bereide belgitudes’ met wereldfaam, zoals, wonder boven wonder, de friet. En dat sinds 1680, op een knalrood vorkje en mét tipzak maar zonder mayonaise. Niet getreurd, want bij Delvaux-frituur zijn de frieten het afneembaar garnituur.

Over zijn afkomst verschillen de meningen. Belgisch of Frans?
Parsienne van de Pont-Neuf of Naamse bij verstek? Geboren na de Franse Revolutie of ‘per ongeluk’ rond 1781? De historici vinden geen duidelijk spoor, wetende dat Namen vroeger wel het bastion van de bestekindustrie was. Tweemaal ondergedompeld in kokende olie, eerste keer bij 145 graden, tweede maal bij 180, vult het beroemdste aardappelstaafje ter wereld voltijds de bakjes van de meer dan 5000 frituren of ‘frietkoten’ in België. Zowel de immobiele frietkramen als de rondrijdende kermisversie, voor het eerst in 1862 in Namen gezien, zijn opgenomen in het immaterieel erfgoed van de Unesco. Frieten zijn als streetfood-avant-la-lettre en kenners verkiezen hen in hun papieren of kartonnen tipzak, niet in een bakje. Kwestie van de ideale degustatietemperatuur te bewaren.

Ondenkbaar is natuurlijk een friet zonder zijn mayonaise. Een ‘arm’ product verheven tot trots van een heel land, dat is de friet. Het toppunt van belgitude.

 

Foto: Delvaux ©

 
Kunst en Cultuur - Luxe en Prestige - PrestigeGuide online inzet << Vorige pagina
SITEPLAN I BEDRIJVEN I ADVERTEERDERS I CONTACT OPNEMEN MET HET TEAM I JOBS I WETTELIJKE BEPALINGEN I PROFESSIONELE PAGINA